Ouders hebben bij geboorte of adoptie van een kind recht op een eenmalig startbedrag van 1.269,25 euro. Tussen 2019 en 2025 ontvingen 446.537 ouders samen ruim 525 mio euro. Dit bedrag maakt deel uit van het Vlaamse groeipakket. In een beperkt aantal dossiers (1763 dossiers of 0,4 procent) werd dit bedrag nadien teruggevorderd. Een van de redenen voor een terugvordering, is de geboorte van een stilgeboren kind. Op aandringen van Vlaams fractievoorzitter Peter Van Rompuy (cd&v) laat minister van Welzijn Caroline Gennez de voorwaarden hiertoe herbekijken. “De geboorte van een stilgeboren kindje is voor ouders een emotionele mokerslag. Wanneer zij enkele maanden na het verlies ook nog eens een terugvordering van het startbedrag ontvangen dan is dat uiteraard extra pijnlijk. Niet alleen emotioneel, maar ook financieel. Vaak werden immers ook al kosten gemaakt om het kindje te verwelkomen zoals kleren, meubels en een buggy. Samen met de betrokken ouders ben ik dan ook positief dat de minister de voorwaarden herbekijkt zodat we deze pijnlijke terugvordering in de toekomst vermijden,” aldus Van Rompuy.
De problematiek schuilt in de termijn vanaf wanneer het startbedrag aangevraagd kan worden. Een doktersattest, alsook de aanvraag is mogelijk vanaf 150 dagen zwangerschap terwijl ouders pas recht hebben op een startbedrag vanaf 180 dagen zwangerschap, ook voor een stilgeboren kind. Deze termijn is afgestemd op het Burgerlijk Wetboek waarin wordt voorzien dat er een akte van levenloos kind wordt opgemaakt wanneer een kind overleden is na een zwangerschapsduur van 180 dagen. De minister wil daarom alle termijnen (doktersattest en aanvraag) afstemmen op 180 dagen zwangerschap als referentiepunt. Dit betekent dat er geen terugvorderingen meer zullen gebeuren van startbedragen omwille van stilgeboren kinderen.
Ouders kunnen er overigens ook voor opteren om het startbedrag aan te vragen na de geboorte. In de praktijk kiezen de meeste ouders evenwel voor een vervroegde uitbetaling: tussen 2019 en 2025 gebeurde dat in 388.109 dossiers, of bijna 87 procent van alle aanvragen. Slechts 58.428 ouders vroegen het startbedrag na de geboorte aan.