De noodzaak van een zevende staatshervorming

Intussen dateert de laatste staatshervorming al van 2011. Tijdens de regering-Michel besloot N-VA nog om het communautaire in de frigo te plaatsen. De gok van Bart De Wever dat een regering zonder PS hen tot het confederalisme zou bekeren, bleek een voorspelbare misvatting. Recent toonde De Wever zich bereid om premier te worden van een ‘zakenkabinet’ en intussen te onderhandelen over het communautaire. Ook van deze strategie lijkt niet echt iets in huis te zullen komen. Een zakenkabinet bestaat uit technocraten en wordt dus per definitie niet geleid door een politicus. Hoe dit enig draagvlak moet creëren voor een ‘confederale omslag’ blijft een raadsel.

Als stok achter de deur wijst De Wever op een potentiële meerderheid samen het Vlaams Belang. Dan zou zich een ‘Catalaans scenario’ ontplooien waarbij in het Vlaams parlement een soevereiniteitsverklaring wordt goedgekeurd. Zulke verklaring heeft geen enkele wettelijke waarde. Bevoegdheden kunnen enkel overgedragen worden met een 2/3 meerderheid in het federaal parlement. Zelfs het VB erkent dat er geen andere optie is dan “te onderhandelen met de Franstaligen”. Het hoeft geen betoog dat de Franstalige partijen nooit aan tafel zullen zitten met een N-VA dat zijn lot verbindt aan het VB.

Met zijn confederalisme-of-niets-strategie heeft De Wever tot dusver niets kunnen bijdragen aan meer Vlaams zelfbestuur. Niemand is gebaat bij een verdere stilstand, maar ook niet bij institutionele chaos. Er moet gezocht worden naar een middenweg die wel resultaat oplevert. Want het land heeft wel degelijk nood aan een eenvoudigere staatsstructuur. Een volgende – zevende – staatshervorming dringt zich dan ook onvermijdelijk op.

Deze keer zijn ook de Franstaligen ‘demandeur’

In tegenstelling tot enkele jaren geleden zijn de Franstalige partijen nu ook ‘demandeur’ voor een nieuwe staatshervorming. De precaire budgettaire toestand heeft in het zuiden van het land een onhoudbaar punt bereikt. De Minister-president van de Franse Gemeenschap sprak deze zomer nog over een ‘catastrofaal’ begrotingstekort. Daarenboven dooft vanaf volgend jaar het solidariteitsmechanisme in de bijzondere financieringswet uit. Om het failliet van het Franstalig onderwijs te voorkomen, onderhandelden de Franstalige partijen in alle stilte reeds over de krijtlijnen van een hervorming van de eigen instellingen. Daarbij willen ze de Franse Gemeenschap ontlasten door o.a. het departement volksgezondheid over te hevelen naar de gewesten. Door deze zogenaamde ‘basculement’ wordt de budgettaire last verschoven, maar daarom niet opgelost. De schuldenberg van het Brussels gewest bedraagt intussen haast 300% van zijn inkomsten.

Voor deze hervorming van de Franstalige instellingen is een wijziging van de bijzondere wetten op de staatshervorming nodig en dus ook de instemming van een Vlaamse meerderheid. Dit vormt een hefboom waarmee de Vlaamse partijen ook hun communautaire eisen op tafel kunnen leggen. De vraag is dus niet langer of er een zevende staatshervorming zal komen na 2024, maar wel hoe die er zal uitzien.

Gezondheidszorg en arbeidsmarkt

Minister Van Peteghem gaf recent aan dat tussen 2023 en 2028 de kosten voor de gezondheidszorg stijgen van 40 naar 50 miljard en voor de pensioenen van 65 naar 82 miljard. Hij stelt daarom terecht dat ‘we voorstander zijn om de arbeidsmarkt en de gezondheidszorg naar de regio’s te brengen, maar dat dit een middel om beter te besturen is en geen doel’. 

Vooreerst moet werk gemaakt worden van een homogene regionalisering op het vlak van gezondheidszorg (richting gemeenschappen). De coronacrisis heeft alle partijen met de neus op de feiten gedrukt. Zeven ministers van volksgezondheid en talloze adviesraden en departementen leidden tot een situatie waarbij iedereen deels bevoegd was, maar niemand zijn verantwoordelijkheid ten volle kon opnemen. Ten tweede moet op het vlak van arbeidsmarktbeleid meer maatwerk mogelijk worden. Het zuiden van het land kampt met jeugdwerkloosheid terwijl in het noorden de vergrijzing zich doorzet. Door de verdere regionalisering van volksgezondheid en arbeidsmarkt verschuift ook het zwaartepunt van het federale naar het Vlaamse niveau. Uit de werkgroep staatshervorming in het Vlaams parlement bleek trouwens duidelijk dat herfederaliseren geen oplossing biedt. De tandpasta gaat niet terug in de tube.

De ‘nieuwe Baert-doctrine’

Van een klassieke staatshervorming waarbij de Vlamingen extra bevoegdheden eisen in ruil voor een herfinanciering van de Franstalige instellingen kan deze keer evenwel geen sprake zijn. Ook aan de (mislukte) communautaire deal tussen N-VA en PS in 2020 hing nog een stevig prijskaartje ten voordele van de Franstalige instellingen. Daarvoor is de federale staatskas te armlastig geworden. Daarom stelde professor Stijn Baert enige tijd geleden al dat: ‘Wat heeft het voor zin als Vlaanderen bijkomende bevoegdheden zo invult dat het aansluiting kan vinden met de Noord-Europese landen als de winst van die inspanningen naar een Zuid-Europees beleid beneden de taalgrens stroomt? … De druk op Wallonië en Brussel om te hervormen, moet worden verhoogd, en niet afgezwakt … Meer responsabilisering is nodig, niet minder.’ Een volgende staatshervorming kan dus niet gebaseerd zijn op het principe van geld in ruil voor bevoegdheden. Je zou het zowaar de ‘nieuwe Baert-doctrine’ kunnen noemen.

Daarom is er – ten derde – ook nood aan budgettaire responsabilisering. Om alle regeringen van dit land voor hun verantwoordelijkheid te plaatsen, diende ik een voorstel in om te komen tot een bindende meerjarenbegroting. Daarnaast pleit ik voor de invoering van een ‘activeringsbonus’. Regio’s die hun werkgelegenheidsgraad opkrikken, worden financieel beloond. Ook de federale overheid wint hierbij want in plaats van uitkeringen te betalen, ontvangt het extra inkomsten uit arbeid. Zo ontstaat een nieuwe dynamiek waarbij alle entiteiten worden geresponsabiliseerd om zowel hun werkgelegenheidsgraad op te trekken als hun begroting te saneren.

Naar een 2/3 meerderheid

Om te komen tot een staatshervorming is een 2/3 meerderheid nodig, met een gewone meerderheid aan zowel Nederlandstalige als Franstalige kant. Dat is enkel mogelijk indien de extreme partijen op rechts en op links samen geen derde van de zetels binnenhalen. Hoe groter de overwinning van het VB, hoe kleiner de kans op meer autonomie voor Vlaanderen! Elke democratische partij zal zijn verantwoordelijkheid moeten durven nemen om een zevende staatshervorming mogelijk te maken, en zich niet langer verschuilen achter communautaire maagdelijkheid.

Om een 2/3 meerderheid mogelijk te maken, kan gebruik gemaakt worden van een methode die ook geleid heeft tot de Sint-Michiels akkoorden in 1992. De eerste minister neemt de leiding van een dialoog van gemeenschap tot gemeenschap. Deze methode garandeert dat de eerste minister zijn lot verbindt aan het welslagen van een nieuwe staatshervorming. En de betrokkenheid van de partijen vertegenwoordigd in de deelstatelijke regeringen verhoogt de kans op het bereiken van een 2/3 meerderheid.

Maar zal een staatshervorming de vorming van een volgende federale regering niet onnodig vertragen? Niet noodzakelijk. Het voorbereidende werk werd immers reeds verricht in de werkgroep staatshervorming in het Vlaams parlement evenals door minister Verlinden. Trouwens, de recente uitspraken van Paul Magnette over economische nulgroei (“a-growth”) geven aan dat de noodzakelijke structurele socio-economische hervormingen niet minder tijd en strijd zullen vergen dan een staatshervorming!

Een sterker Vlaanderen, zonder separatisme

Tussen het separatisme van de nationalisten of het belgicisme van de ecologisten is er dus wel degelijk een middenweg mogelijk en noodzakelijk. In het verleden was CD&V steeds de architect van meer Vlaams zelfbestuur. Ook voor een zevende staatshervorming zal CD&V de motor vormen. Niemand is gebaat bij stilstand, maar ook niet bij chaos. Institutionele instabiliteit schrikt buitenlandse investeringen af, en dat zou vooral de Vlaamse open economie treffen. En welke rente zullen de financiële markten aanrekenen op de overheidsschuld van een land dat instabiel zou worden? Met een Vlexit zou Vlaanderen zich ook buiten de EU en de eurozone plaatsen. Wat betekent dat voor het spaargeld van de Vlamingen? Ons land is toe aan een ordelijke en grondige vereenvoudiging van zijn structuren, niet aan communautaire avonturen.

Peter Van Rompuy, Fractieleider CD&V Vlaams parlement

Laat een reactie achter:

Uw e-mailadres zal niet worden gepubliceerd.

Site Footer