Rechtvaardigheid in tijden van besparingen

8 eurocent. Dat is het bedrag waarmee een huurgeld van 800 euro dit jaar mag verhoogd worden omwille van de index. En toch wordt er hevig strijd om geleverd. Is dit nog wel rationeel? Ja zeker, want het debat gaat over een principe dat een hoeksteen vormt van elke samenleving: rechtvaardigheid.

Dit valt best uit te leggen aan de hand van een beroemd experiment, namelijk het ‘ultimatum spel’. Speler A moet 100 euro verdelen tussen zichzelf en speler B. A mag wel maar één (ultiem) bod doen aan B. Als B weigert, krijgen beide niets. Als B dit puur rationeel zou benaderen, aanvaardt hij elk bod van A. Want zelfs 1 eurocent is beter dan helemaal niets. Onderzoek geeft evenwel aan dat A doorgaans spontaan B de helft van het bedrag aanbiedt. Maar nog belangrijker is dat B een bod van minder dan 20 euro bijna altijd weigert. Hij heeft nog liever niets, dan dat A met een onrechtvaardig groot deel van de koek aan de haal gaat. Het principe van rechtvaardigheid is cruciaal bij het overbruggen van tegengestelde belangen.

Je kan dit experiment ook toepassen op het besparingsbeleid. A moet dan geen 100 euro verdelen, maar wel 100 euro afnemen. Het principe van rechtvaardigheid geldt hier evenzeer. B zal zijn deel van de inspanning enkel aanvaarden, als ook A op evenredige wijze inlevert. Zoniet, loopt A het risico dat B zijn deel van de inspanning niet aanvaardt. Daardoor dreigt iedereen er op termijn nog veel bekaaider van af komen. Kortom, de samenleving zal moeilijke besparingen enkel aanvaarden als het overtuigd is dat die op een rechtvaardige wijze door iedereen worden gedragen.

Er zijn zeker rationele argumenten te verzinnen waarom de huur toch geïndexeerd moet worden, maar dat weegt niet op tegen het feit dat het onrechtvaardig is ten aanzien van wie wel moet inleveren. Door de indexsprong moet wie een inkomen geniet uit arbeid 2% inleveren. Van wie een inkomen verwerft uit vastgoed mag dus eenzelfde inspanning verwacht worden. Net zoals op inkomens uit grote kapitalen een acceptabele vermogenswinstbelasting gevraagd zal worden.

Twee procent. Dat is de inlevering die deze regering gemiddeld vraagt voor de sanering van de begroting, en voor de competitiviteit. Twee procent is helemaal geen ‘aanslag’ op de sociale zekerheid. Meer nog, de koopkracht van de Belgen er dit jaar gaat volgens alle officiële instellingen zelfs op vooruit, met 1,4%!

Maar achter cijfermatige gemiddeldes gaan soms individuele situaties schuil die wel onrechtvaardig kunnen zijn. Het kan niet dat sommigen de besparingen amper voelen, terwijl anderen er vol door geraakt worden. Daarom is het essentieel dat sociale correcties worden toegepast op  princiepshervormingen. Het is dan ook niet meer dan rechtvaardig dat mantelzorgers een uitzondering genieten op het algemene principe dat werklozen beschikbaar moeten zijn voor de arbeidsmarkt.

Rechtvaardigheid betekent dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen, om de zwaksten te kunnen ontzien. Daarom gaan de laagste uitkeringen er de komende jaren op vooruit, en dat in tijden van nulgroei voor de rest van de samenleving! Dat is niet alleen rechtvaardig, het is ook goed voor de economie. Want mensen met een laag inkomen zullen het duwtje in de rug spenderen, terwijl mensen met een hoger inkomen dit veelal zullen sparen.

In tijden zonder economische groei kan je evenwel enkel aan de ene iets geven, door het bij een ander weg te nemen. Dat leidt tot spanningen tussen werknemers en werkgevers, tussen arbeid en kapitaal, tussen jongeren en ouderen. Daarom kan de sociale welvaartstaat niet overleven zonder een perspectief op groei. Want enkel in tijden van groei kan je geven, zonder van een ander te moeten nemen. Zonder groei leidt de sociale welvaartstaat tot onhoudbare sociale spanningen.

Niet enkel moeten de besparingen rechtvaardig verdeeld worden. De burgers moeten evenzeer overtuigd zijn dat ze evenredig zullen delen in de latere vruchten van hun inspanningen. De meeste werknemers zijn bereid 2% in te leveren om vele tienduizenden aan een job te helpen, maar niet om de dividenden aan aandeelhouders van multinationale holdings te verhogen.

Rechtvaardigheid is dus heel wat subtieler dan het simplisme dat we het geld maar moeten halen ‘waar het zit’. Het is veel complexer dan een karikatuur zoals de strijd van de 99% tegen de 1%. Rechtvaardigheid is geen monopolie van links. Net zoals rechts niet als enige het recept kan claimen voor economische groei. Dat is geen partijpolitiek statement, wel elementaire maatschappelijke consensus. Een economisch herstelbeleid kan enkel de volgende verkiezing overleven als het rechtvaardig wordt uitgevoerd.

Verschenen in De Tijd van 4 maart 2015.

Laat een reactie achter:

Uw e-mailadres zal niet worden gepubliceerd.

Site Footer