Innovate or die

Uber. Je houdt er van of je haat het. Er lijkt geen weg tussenin. Voor de ene is het een icoon van innovatie. Voor de andere staat het symbool voor sociale dumping op de kap van de traditionele taxichauffeurs.

De veerkracht van een samenleving kan je meten aan de mate waarin het open staat voor innovatie. Geven we vernieuwend ondernemerschap échte kansen, of belijden we hen enkel lippendienst? Want technologische ontwikkelingen die het potentieel hebben om een grote productiviteitssprong te realiseren, hebben haast altijd een ‘dysruptief’ effect op traditionele economische activiteiten.

Een overheidsbeleid dat gericht is op diepgaande innovatie is veel meer dan er een grote zak geld tegenaan gooien. Dat geldt des te meer in deze tijden van budgettaire krapte. Innovatie groeit en bloeit vooral in regio’s waar nieuwe technologieën ademruimte krijgen om tot ontwikkeling te komen, en niet bij het eerste falen worden doodgemept. Dat is in de eerste plaats de taak van de wetgever, die een gepast juridisch kader moet creëren. Een bekende Engelse boutade stelt dat ‘the law always reflects what was, sometimes what is, but never what will be.’ In die val mogen we als parlement niet trappen! Maar het vraagt moed om de gevestigde belangen los te laten, en nieuwkomers op de markt toe te laten. Zolang Uber blijft aanlopen tegen het ene wettelijke en rechterlijke verbod na het andere, gaat haar immens potentieel op een totaal nieuwe mobiliteit verloren. Maar het is ook aan de innoverende ondernemingen zelf om zich te conformeren aan de fiscale en sociale regelgeving. Dat de ceo van Uber meent boven de wet te staan, vormt een even grote bedreiging voor de toekomst van Uber als de tegenkanting van de taxi-lobby …

De grootste bloeiperiodes van Vlaanderen vallen niet toevallig samen met periodes van openheid voor innovatie. In de 19e eeuw kwam de textielindustrie in Vlaanderen tot volle ontwikkeling dankzij de introductie van de spinmachine. Ook toen was er hevige weerstand uit vrees voor verlies van tewerkstelling. Toch zette Vlaanderen de deur open voor deze nieuwe technologie, waar de ons omringende landen de sprong niet aandurfden. De geschiedenis leert dat periodes van innovatie steeds samenvallen met hoge groei én lage werkloosheid! Elke hoogwaardige job leidt tot vijf extra jobs in de dienstverlening daarrond.

Vandaag staan we in Vlaanderen nog aan de wereldtop op het vlak van hoogwaardige textiel, pharma, chemie, nanotechnologie, etc. Maar we mogen niet zelfgenoegzaam worden. De lijst van recente innovaties die hier recent onder vuur kwamen te liggen, wordt stilaan schrikbarend lang. Uber, ggo, bhalu, …

Die trend moeten we keren. Als we als eerste Europese regio een wetgevend kader ontwikkelen voor de zelfrijdende auto, zal dit als een magneet werken op de auto-industrie van de toekomst. In het Vlaams Parlement schaarde recent een meerderheid zich achter onze resolutie hiertoe. Ook voor ‘drones’ kunnen we nog de eerste zijn met een aangepast juridisch kader, en zo een cluster van industriële activiteit rond luchtvaart naar hier te halen.

Wil dit zeggen dat we blind moeten zijn voor de bedreigingen die van sommige nieuwe technologieën uitgaan? Neen, zo moet o.a. privacy een essentieel element vormen van een nieuwe regeling voor drones. Door een evenwichtig juridisch kader te scheppen, voorkomen we  dat nieuwe technologie op illegale wijze wordt ingezet.

De volgende bloeiperiode van Vlaanderen zal er pas komen als we durven open staan voor innovatie. Dat vraagt een subtiel samenspel tussen ondernemingen, onderzoekers en overheden. Maar vooral de vaste wil van allen om – ondanks soms tegenstrijdige belangen – het collectieve belang voor ogen te houden, en de moed om door te zetten! Ofwel staan we open voor innovatie en geven we de richting van de verandering aan. Ofwel zullen anderen ons veranderen.

Peter Van Rompuy & Mathias De Clercq

Dit opiniestuk verscheen in De Tijd van 22 januari 2015.

Laat een reactie achter:

Uw e-mailadres zal niet worden gepubliceerd.

Site Footer